Aantrekkelijk vestigingsklimaat

Onder ‘economische structuurversterking’ verstaan we alle gemeentelijke taken die zijn gericht op voorbereiding (beleidvorming) en uitvoering van werkzaamheden die – vooral in randvoorwaardelijke zin – bijdragen aan een verbetering van het vestigingsklimaat[1], en daarmee aan een diversificatie van de productiestructuur van Eindhoven.

Hierbij hoort de ambtelijke advisering aan het College van B&W op het brede economisch domein met haar verschillende deelgebieden (o.a. werklocaties, horeca, retail, hotels, kantoren en creatieve industrie).

Omdat de economische ontwikkeling van Eindhoven voor een groot deel historisch is bepaald door één bedrijf (Philips), werd de stad lange tijd gekenmerkt door een eenzijdige productiestructuur (t.w. industrie). De laatste decennia is er hard aan gewerkt om deze eenzijdigheid te doorbreken. In grote lijnen kan dat op drie manieren;

1. de vestiging van nieuwe bedrijven in de stad, c.q. het vertrek daarvan (= ‘migratiesaldo’)2. het aantal start-ups van nieuwe bedrijven, c.q. bedrijfsbeëindigingen (= ‘geboorte-/sterfteoverschot’)3. de groei van reeds gevestigde bedrijven, c.q. de krimp daarvan (= ‘autonome groei’)

Om (1) nieuwe bedrijven in de regio te laten vestigen, (2) start-ups te stimuleren en (3) de groei van zittende bedrijven te faciliteren, zijn zowel aan de top, als aan de basis inspanningen nodig van zowel de gemeente als haar partners. Waar het gaat om de top, is onze betrokkenheid vooral indirect van aard (veelal door middel van het in par. 3 beschreven opdrachtgeverschap, c.q. samenwerkingsverbanden). Waar het de basis betreft, is de betrokkenheid bij economische structuurversterking veel meer direct van aard (bijvoorbeeld Expat Center) en gericht op de eerste drie van de zes aandachtsvelden zoals in paragraaf 2 genoemd. Deze drie aandachtsvelden worden onderstaand behandeld (par. 4.1 t/m 4.3).

4.1. Zorg voor een aantrekkelijke stad

Een van de belangrijkste voorwaarden om bedrijvigheid te stimuleren, is de zorg voor een positieve ‘beleving’ van de stad. Eindhoven moet aantrekkelijk zijn om er te komen, te verblijven en te wonen. Dat wordt voor een belangrijk deel bepaald door de attractiviteit van de voorzieningenstructuur in de stad. Het gaat daarbij onder andere om economische functies zoals winkels, horeca en hotels. Daarnaast betreft het ‘zachtere’ factoren zoals cultuur, sport, vrije tijd, evenementen, groenvoorzieningen en de woonomgeving. Het samenspel bepaalt uiteindelijk hoe een stad wordt beleefd door zijn gebruikers; ‘waar Eindhoven van is’. Bij het binden van mensen en bedrijven aan de stad, hebben in de loop der jaren de zachte vestigingsfactoren over het algemeen terrein gewonnen ten opzichte van de harde factoren (zie § 4.2. en 4.3.). Eindhoven wil vooral mensen aantrekken die enerzijds ‘economische potentie’ hebben, maar anderzijds ook voor reuring in de stad zorgen. Het gaat daarbij in belangrijke mate om studenten en kenniswerkers, en dan bij voorkeur jonge mensen met een internationale oriëntatie.

Eindhoven moet haar aantrekkelijkheid ontlenen aan de toepassing van creativiteit, talent en ondernemerschap om tot nieuwe ideeën te komen, door toepassing van vooruitstrevende technieken. Een snel groeiend bedrijf als Shapeways (trendsettend op het gebied van 3D-printing) is daar een mooi voorbeeld van. We willen deze tijden van achterblijvende groei benutten om vernieuwende oplossingen te bedenken voor ‘oude problemen’ en om nieuwe verdienmodellen en samenwerkingsverbanden te introduceren. We willen daarbij de focus verleggen van kwantiteit naar kwaliteit en zogenaamde ‘cross-overs’ maken. Dat kan door de versterking van de economie te koppelen aan de realisatie van maatschappelijke opgaven. Dat doe je door vanuit het economisch domein verbindingen te leggen met domeinen als duurzaamheid, gezondheid /zorg, sport (Innolab), mobiliteit, veiligheid en energie. De innovatieve benutting van zonne-energie is daarvan een goed voorbeeld. De regio neemt op dit vlak wereldwijd een vooraanstaande positie in; zo heeft het Solar Team Eindhoven van de TU/e al een aantal jaren op rij de World Solar Challenge (mondiale race met auto’s op zonne-energie) gewonnen.

Bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven tot de gewenste aantrekkelijke stad, neemt de gemeente haar rol vooral als het gaat om de basisinfrastructuur. Zo draagt bijvoorbeeld de gerichte acquisitie van nieuwe horeca- en detailhandelsconcepten bij aan een verbreding van de voorzieningenstructuur en daarmee aan de attractiviteit van Eindhoven als stad om te winkelen en verblijven. Verder is Eindhoven eind 2011 uitgeroepen tot Beste Binnenstad 2012-2013. Ook waar het gaat om bijvoorbeeld sluitingstijden voor de horeca en het koopzondagenbeleid zijn we richtinggevend, waarbij te allen tijde de aantrekkelijkheid van de stad voor de huidige en toekomstige ‘gebruiker’ (zowel Eindhovenaren als gewenste nieuwe doelgroepen) als uitgangspunt dient.

Kunst en cultuur zijn belangrijk voor de attractiviteit van Eindhoven en dragen op die manier bij aan de mogelijkheid tot economische ontwikkeling van de stad. Iconen zoals het Van Abbe Museum geven kleur aan het internationale profiel van Eindhoven, geheel in lijn met onze ambities. In het optrekken binnen Brabant (bijv. gezamenlijke kandidaatstelling met de B5-steden voor verkiezing tot culturele hoofdstad van Europa in 2018) maar ook binnen Eindhoven, wordt de economische potentie die cultuur heeft inmiddels volledig onderkend. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de economische waarde van de Design Academy en een designbedrijf als Piet Hein Eek. Kunst en cultuur raakt ook steeds meer verweven met design en multimedia. Op die manier wordt een brug geslagen naar onze economische ambities met betrekking tot de creatieve industrie (Fab.com).

Tot slot wordt in dit kader gewezen op de economische meerwaarde van het stijgende aantal evenementen dat in Eindhoven wordt georganiseerd. Zo zet Eindhoven zich met ondermeer GLOW en de Dutch Design- en Technology Week steeds meer nationaal en internationaal op de kaart. Ook evenementen die door studenten worden getrokken dragen we als gemeente een warm hart toe (bijv. Robocup; het door TU/e-studenten gedragen WK robotvoetbal). Op sportgebied scoren we (inter)nationaal met bijvoorbeeld de jaarlijkse Eindhovense Marathon en meerdere evenementen die de afgelopen jaren in Eindhoven plaatsvonden (EK zwemmen, WK waterpolo). De korte lijnen die de gemeente onderhoudt met de interne en externe organisatoren van deze evenementen (o.a. Capital D en Eindhoven 365), zorgen ervoor dat de economische potentie van deze evenementen verder wordt geoptimaliseerd.

4.2. Ruimte voor economische ontwikkeling en versterking internationaal vestigingsklimaat

Naast zachte vestigingsfactoren, dragen ‘harde’ factoren nog steeds voor een belangrijk deel bij aan de potentie van een stad om zich economisch te ontwikkelen. Eindhoven scoort ook op dat punt goed, onder andere door de aanwezigheid van de op een na grootste internationale luchthaven van Nederland (Eindhoven Airport), een technische universiteit (TU/e) en andere hogere opleidingen (Fontys en Design Academy), een Internationale School, kennisinstituten zoals Holst-Center en TNO, hoogwaardige wegeninfrastructuur, et cetera. Daarnaast beschikt de stad over een tweetal campussen en een reeks ‘reguliere’ werklocaties (zie § 4.3.).

In het visiedocument ‘Brainport 2020’ is het grote belang van campussen in relatie tot de economische clusters in de regio onderschreven. In de regio Eindhoven is sprake van een krachtig ecosysteem en de ontwikkeling van clusters van (inter)nationaal belang. Het regionale en gemeentelijke campusbeleid is hierop afgestemd. De campussen onderscheiden zich van reguliere vestigingslocaties door hun R&D/kennisintensieve karakter. Eindhoven beschikt over twee bestaande campuslocaties: High Tech Campus Eindhoven (HTCE) en de TU/e-campus. De 8.000 arbeidsplaatsen tellende HTCE geldt in Nederland als hét voorbeeld van een geslaagde campusontwikkeling en fungeert tevens als boegbeeld van Brainport.

De gemeente is betrokken bij de ‘economische’ ontwikkeling van de Brainport Innovatie Campus (BIC), een 70 ha. nieuw te ontwikkelen locatie, bedoeld voor high tech bedrijven uit de maakindustrie met een focus op procesinnovatie (i.p.v. productinnovatie). De ontwikkeling van BIC maakt onderdeel uit van de integrale gebiedsontwikkeling Brainport Avenue, gelegen aan de noordwestkant van de stad (tussen A2 en Beatrixkanaal). Het plan bevindt zich nog in de ideefase, maar er bestaat concrete interesse van een aantal vooraanstaande regionale bedrijven uit de high tech toeleveringsindustrie die op het BIC gezamenlijk voorzieningen en opleidingsfaciliteiten willen delen. De geïnteresseerde bedrijven hebben zich verenigd in ‘Brainport Industries’; de organisatie die primair aan de lat staat bij de totstandkoming van de nieuwe campus.

De beschikbaarheid van goede ICT-voorzieningen (digitale bereikbaarheid) is onontbeerlijk in een regio als Brainport. Waar het de aanleg en het gebruik van glasvezel betreft, loopt Eindhoven binnen Nederland voorop en werken we er hard aan om deze voorsprong te behouden. Op dit moment is ruim 25% van de Eindhovense woningen op glasvezel aangesloten. Binnen enkele jaren zullen bijna alle woningen zijn ‘verglaasd’. Dat geldt nu al voor de voornaamste Eindhovense bedrijventerreinen. Daarnaast maken enkele tientallen grote Eindhovense instellingen (waaronder de gemeente Eindhoven) gebruik van een gezamenlijk glasvezelnetwerk. Doel van het gemeentelijk breedbandbeleid is uiteindelijk de realisatie van een volledig open verglazing voor bedrijven, inwoners, instellingen en objecten in Eindhoven. Behalve op aanleg, ligt de focus de komende jaren in toenemende mate op het stimuleren van het gebruik van glasvezel en de daarmee samenhangende ICT-mogelijkheden. Op die manier willen we bijdragen aan een duurzame economische en maatschappelijke structuurversterking onder andere op het gebied van veiligheid, mobiliteit, energie (duurzaamheid) en sociaal-maatschappelijke uitdagingen (participatie onderkant arbeidsmarkt). De gemeente zal deze sector met haar mogelijkheden dus stimuleren om enerzijds naar Eindhoven te komen en zich te vestigen en anderzijds om innovatieve connecties (partnerships) aan te gaan met andere sectoren (bijv. Slimmer Leven).

Behalve op het gebied van verglazing, wordt het belang van ICT lokaal en voor de regio ook in bredere zin onderkend. Dat geldt onder andere bij de invoering van het ondernemingsdossier, gericht op vermindering van de regeldruk en administratieve rompslomp voor ondernemers door hen meer mogelijkheden te bieden om hun zaken met de overheid digitaal af te werken. Een ander voorbeeld waar we ook als gemeente bij betrokken zijn, is het project ‘Binnenstad 3.0’, bedoeld om detaillisten te wijzen op de mogelijkheden van internet / technologie (online winkelen) in hun bedrijfsvoering.

Als gevolg van de steeds verder gaande digitalisering van de samenleving, is de verwachting dat de omvang van de ICT-sector alleen maar zal toenemen en daarmee de status van (tiende) topsector zal verkrijgen. Juist voor Eindhoven als technologisch georiënteerde regio, liggen er kansen om ICT als motor te gebruiken om te komen tot nog meer innovatie en daarmee groei van de werkgelegenheid. Om dit doel te bereiken werken we op alle geografische niveaus (van lokaal tot internationaal) samen om de digitale agenda’s op elkaar af te stemmen.

Het gemeentebestuur heeft de nadrukkelijke wens om Eindhoven internationaal op een hoger niveau te brengen. Samen met onze partners zoeken we naar kansen om hier een bijdrage aan te leveren. In de wetenschap dat in deze regio nu en op termijn te weinig technisch (hoog) opgeleide mensen aanwezig zijn om in de vraag van het bedrijfsleven te voorzien, richt Eindhoven de blik op het buitenland waar deze ‘high potentials’ nog wel voorhanden zijn. De activiteiten van het Holland Expat Center South (samenwerkingsverband tussen 20 gemeenten (waaronder Eindhoven), provincies Brabant en Limburg, de Immigratie- en Naturalisatie Dienst en Brainport Development) sluiten naadloos bij deze ambitie aan. Het Expat Center is de afgelopen jaren sterk gegroeid en wordt zeer gewaardeerd door de doelgroep; buitenlandse studenten, wetenschappelijk onderzoekers, kenniswerkers en hun werkgevers die er bewust voor hebben gekozen om zich in deze regio (tijdelijk) te vestigen of internationaal talent te werven. Het Expat Center neemt het te regelen papierwerk uit handen en verzorgt brede informatievoorziening en voorlichting op thema’s als belastingen, wonen, zorg en cultuur. Daarnaast ondersteunen we internationaal georiënteerde initiatieven zoals bijvoorbeeld The Hub Eindhoven. The Hub Eindhoven organiseert via een digitaal platform ontmoetingen voor internationale studenten en kenniswerkers die erop gericht zijn om hen onderling, en in de Nederlandse samenleving, beter te laten integreren. De organisatie draait grotendeels op internationale vrijwilligers.

De (internationale) economische aantrekkingskracht van de regio wordt ingezet bij het acquireren van activiteiten die in de regio worden gemist (en waardoor de basis wordt versterkt). Het kan daarbij gaan om de strategische acquisitie van winkelformules of bedrijven, maar bijvoorbeeld ook bepaalde horeca- of hotelconcepten die aansluiten bij de doelgroepen die we aan Eindhoven willen binden, dan wel het beeld dat we als stad willen uitstralen. Ook het acquireren van bepaalde evenementen of vrije tijdsconcepten draagt positief bij aan de attractiviteit die we als stad en regio nastreven.

Bij de meer ‘traditionele’ acquisitie van bedrijven werken we zonder uitzondering samen met andere partners zoals Brainport Development, BOM, NFIA en de drie overige, zogenaamde ‘campusgemeenten’. De vijf campussen die in de gemeenten Eindhoven, Helmond, Best en Veldhoven zijn gelegen, worden van groot belang geacht voor de (internationale) profilering van de Brainport-regio. De campusgemeenten hebben zich verenigd in het ‘C4-samenwerkingsverband’ die onlangs gezamenlijk een internationaliseringsstrategie en bijbehorend uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen hebben vastgesteld. Doel is om op internationale schaal onze economische positie te verbeteren waardoor we gezamenlijk succesvoller zijn bij het aantrekken van buitenlandse investeringen, bedrijven, kenniswerkers, et cetera. In de visie wordt aangehaakt op het topsectorenbeleid, gericht op versterking van de branches: high tech systems, smart mobility, life tech, food & technology en design. De uitvoering wordt belegd bij het nog op te zetten internationaliseringsteam waaraan verschillende partijen deelnemen (C4-gemeenten, Brainport Development, BOM). De focus is gericht op verschillende landen, waaronder China, India, Zuid Korea, Taiwan en Duitsland. Naar deze landen worden met regelmaat handelsmissies georganiseerd waaraan het gemeentebestuur, veelal samen met het regionale bedrijfsleven, deelneemt.

De meer pro-actieve acquisitie in de richting van verzorgende bedrijven, maar ook de reactieve acquisitie in de bredere zin van het woord (vaak gaat het daarbij om het begeleiden van bedrijven bij het zoeken van geschikte huisvesting, zoals bijvoorbeeld het Taiwanese bedrijf Cooler Master), zijn activiteiten die tot de basis worden gerekend en daarom tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren, in samenwerking met haar partners.

4.3. Op peil houden van bestaande werklocaties

Verreweg het grootste deel van de werkgelegenheid in Eindhoven is geconcentreerd op specifiek daarvoor ingerichte locaties. Dat kunnen campussen zijn (zie vorige paragraaf), maar vaak gaat het ook om ‘reguliere’ bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Eindhoven telt in totaal zo’n 800 ha. bedrijventerreinen, 1,4 miljoen m² kantoorruimte en circa 400.000 m² winkelvoorzieningen. Daarmee is de stad (in kwantitatieve zin) koploper in Zuid Nederland en nemen we op landelijk niveau een positie in direct na de vier grote steden in de Randstad.

Werklocaties verouderen in de loop der jaren en verliezen daarmee hun aantrekkingskracht op zittende bedrijven. Daar komt bij dat zich – in meer of mindere mate – op sommige locaties de dreiging van (structurele) leegstand voordoet. Dit noodzaakt de gemeente om op uitvoerend en beleidsmatig niveau vinger aan de pols te houden zodat de attractiviteit van vestigingslocaties op peil blijft.

Ook de kwantitatieve planning van werklocaties vraagt om gemeentelijke bemoeienis. Daarvoor is inzicht in de toekomstige behoefte aan werklocaties nodig, een en ander onderverdeeld naar onder andere kwaliteit, ligging en soort. Daarbij moet zowel zicht zijn op vraag naar nieuwbouwlocaties, maar in toenemende mate moet ook beleid worden gevoerd op bestaand vastgoed. Dat betekent dat er keuzes zijn gemaakt om m2 uit de markt te halen (bedrijventerreinen), er in wordt gezet op transformatie (kantoren) en gekeken wordt naar herontwikkeling (NRE terrein). Bovendien staat Eindhoven niet op zichzelf, maar ‘communiceert’ de lokale bedrijventerreinen-, kantoren- en retailmarkt met omliggende gemeenten. Dat vereist regionale afstemming, welke in overleg met o.a. het SRE plaatsvindt, waarbij Eindhoven – als grootste gemeente – een belangrijke rol speelt. Hier worden tevens de zogenaamde ‘BOR-afspraken’ bewaakt, bedoeld om op regionaal niveau vraag en aanbod naar bedrijfslocaties beter op elkaar af te stemmen. De regionaal-economische samenwerking tussen Eindhoven en de acht overige gemeenten in het stedelijk gebied, wordt de komende jaren geïntensiveerd. Een van de manieren waarop we aan die samenwerking invulling geven, is de recente vorming van één regionaal loket (het zogenaamde ‘1-loket’ van de 9 gemeenten in de stedelijke regio). Hier worden bovenlokale aanvragen voor werklocaties gezamenlijk ingenomen en afgehandeld, als ware het één gemeente.

Het economisch geformuleerde, gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de werklocaties in de stad, is onderstaand weergegeven (het retail- en het horecabeleid worden op korte termijn geactualiseerd).

Beleidsveld Naam beleidsdocument Jaar van vaststelling

Bedrijventerreinen Nota Grote bedrijventerreinen in Eindhoven 2009

Nota Kleine bedrijventerreinen in Eindhoven 2009

Kantoren Kantorenstrategie Eindhoven 2012 – 2020 2012

Retail Tenminste houdbaar tot 2010 2006

Horeca Kwaliteit door differentiatie 2004

Behalve beleidsmatig, zijn we ook op uitvoerend niveau betrokken bij het verbeteren van de kwaliteit van werklocaties, onder andere bij de revitalisering van bedrijventerreinen zoals De Hurk en De Kade. Daarnaast spannen we ons, samen met onze partners, ondermeer in om winkelstrips te behoeden voor verloedering, om op die manier ook de attractiviteit van woonwijken te versterken. Actuele ontwikkelingen op de retailmarkt hebben daarbij onze aandacht, bijvoorbeeld omdat door toename van het internetwinkelen een verschuiving optreedt binnen onze lokale winkelinfrastructuur. Waar het gaat om kantoorlocaties, zetten we ons bijvoorbeeld in om de aantrekkelijkheid van Flight Forum te vergroten door samen met belanghebbenden de ongewenste monofunctionaliteit van de locatie doorbreken. Door de ombouw van leegstaande kantoren tot huisvesting voor onder andere (internationale) studenten en kenniswerkers te stimuleren en faciliteren, dragen we bij aan de verbetering van het vestigingsklimaat voor deze doelgroep.

[1] Onder ‘vestigingsklimaat’ wordt de aantrekkelijkheid van de regio voor bedrijven verstaan, waarbij het o.a. gaat om ‘harde aspecten’ zoals bereikbaarheid, kwaliteit vestigingslocaties, arbeidsmarkt, opleidingsfaciliteiten, afzetmarkten, ICT-voorzieningen, etc. , maar ook ‘zachte aspecten’ die vooral betrekking hebben op de ‘beleving’ van de stad.

Neem contact op

  • * verplichte velden.
    ** Uw telefoonnummer of email adres is verplicht.